Sagen en vertellingen

Enkele sagen en vertellingen geven een beeld van de bewoners van de Hondeborg in vroeger tijden. Twee verhalen zijn hieronder kort samengevat.

De volledige vertellingen zijn opgenomen op aparte pagina’s en, omdat ze zijn overgenomen uit andere bronnen, voorzien van een wachtwoord.

  • De Sage van de Hondeborg
  • De Smid van de Hondeborg

De Sage van de Hondeborg (Capelleveen)

In het verleden was er een bloedvete ontstaan tussen de Heren van de Hondeborg en de Heren van Saasveld.

Nadat in ongeveer 1360 het huis van Saasveld was verwoest en en omdat men op de Hondeborg keer op keer de rechten van burgers en boeren schond, riep de Bisschop zijn Twentse dienstmannen op de Hondeborg en de Hunenborg bij Volthe te belegeren. Reinold was toen de Heer van de Hondeborg.

Toen na enkele weken strijd de Hunenborg was gevallen, waarbij alle bewoners op gruwelijke wijze waren vermoord, zag Reinold in dat de Hondeborg niet te behouden was. Door het het water in de beek rond de Hondeborg te laten stijgen, ontsnappen Reinold, zijn moeder Ida en de verdedigers vande Hondeborg. Ida probeert met de oude mannen, vrouwen en kinderen te ontsnappen richting Bentheim. Reinold en zijn mannen verschansen zich op een eiland in de Gammelerbeek.

Bij Ootmarsum worden Ida en haar volgelingen ontdekt. Na een heldhaftige strijd  wordt iedereen behalve Ida gedood. De gewonde Ida weet te ontsnappen.

Bij de strijd om het eiland in de Gammelerbeek weet Reinold met een  houw van zijn zwaard de Heer van Saasveld een dodelijke verwonding toe te brengen. Reinold kan daarop met zijn overgebleven mannen ontsnappen. Zelf wist hij het Bentheimse te bereiken, waar zijn moeder zich later bij hem voegde.

De Hondeborg werd met de grond gelijk gemaakt en nooit heeft op die plek weer een burcht of adelijk huis gestaan.

De smid van de Hondeborg (Jager)

Het verhaal speelt zich af in de 14e eeuw als dat Berend van Sebelingen Heer van de Hondeborg is.

Hugo, de smid van de Hondeborg redt na zware regenval een bewusteloze mooie vrouw uit een omgevallen koets in de beek bij Hertme. Als ze is bijgekomen blijkt het te gaan om Anna, de dochter van Heer  Adolf  van Saterslo (Saasveld). Deze wordt op de Hondeborg gevreesd vanwege gewelddadige plunderingen. Desondanks belsuit Hugo de dochter op zijn paard terug naarSaasveld te brengen. Als Adolf hoort dat Hugo van de Hondeborg komt, laat hij hem gevangen nemen voor een losgeld. Anna weet echter te Hugo bevrijden uit de kerker en helpt hem om te ontsnappen. Adolf denkt dat er duivelse machten in het spel zijn en ziet af van actie tegen de Hondeborg.